Huiswerk heeft dringend een PR-campagne nodig. Als je af gaat op de boektitels – en men is wat dat betreft in onderwijsland niet bang voor wat retoriek – kan huiswerk als bedreiging voor onze kinderen concurreren met opium, ongewenste zwangerschap en luizen.

Dramatische boektitels

Zo is daar bijvoorbeeld het boek van Kohn, The Homework Myth: why our kids get too much of a bad thing en dat van Bennett en Kalish getiteld The Case against Homework: how homework is hurting our children and what we can do about it. Of nog dramatischer: Buell en Kralovec, How Homework Disrupts Families. Overburdens Children, and Limits Learning. Huiswerk is gedateerd, ineffectief, ondoordacht, tijdverspillend, gemeen en slecht. Het drijft families uit elkaar, verpest relaties met leraren en bezorgt de jeugd stress en nare dingen.

Het huiswerkdebat visualiseren

Omdat ik door al het retorische geboomte het bos niet meer kon zien, heb ik geprobeerd de huiswerkdebat in kaart te brengen met Debategraph. Dat is een werk in uitvoering, want zoals Remi Collins verzucht ‘The Great Homework Debate. Does it ever end?‘ UPDATE: bij nader inzien bleek het huiswerkdebat toch wel erg saai om in kaart te brengen. #tussendroomendaad.

Zie ook:

Share

Linkoogst

22 maart 2011

 

(via hetkind.nl)

  • The Avalon Project. Een (engelstalige) bronnenverzameling over recht, geschiedenis en diplomatie.

Share

Luie leraren

17 maart 2011

(met dank aan Erik)

Ik heb in 1999 eindexamen gedaan. Zes talen en geschiedenis. Het jaar daarna werden de profielen ingevoerd. Daarmee heb ik de invoering van Tweede Fase en het Studiehuis net gemist. Mijn school heeft wel nog geëxperimenteerd met studiewijzers en zelfstudie-uren. Dat vonden wij als leerlingen allemaal erg oppervlakkig. Toen ik in 2008 begon met lesgeven was ik verbaasd dat er niet zo veel was veranderd ten opzichte van mijn eigen schooltijd. Of liever gezegd: er was een heleboel veranderd, maar dat was ook allemaal weer teruggedraaid.

Beladen begrip

Ligt het aan mij of krijg ik enigszins meewarige blikken van collega’s als ik over activerende didactiek begin? De heftige discussies over het Nieuwe Leren zijn aan mij voorbijgegaan. Ik merk nu pas dat dit een nogal beladen erfenis is. Reden genoeg om me eens te verdiepen in die discussies van toen. Een goed startpunt geeft journalist Pieter Hilhorst in zijn bekende essay uit 2006. Hij schreef dit artikel na een grote analyse van zo’n beetje alles wat er publiekelijk over het Nieuwe Leren is gezegd. Zijn conclusie is dat in de discussie de zwart-witbeelden en retoriek overheersen. Een citaat:

Criticasters van het Nieuwe Leren verwijten de aanhangers naïviteit. Ze hebben een volstrekt geïdealiseerd beeld van de gemiddelde leerling. Grappig genoeg maken de aanhangers van het Nieuwe Leren de voorstanders van het traditionele onderwijs een spiegelbeeldig verwijt. Zij idealiseren niet de leerling maar de docent. Zij hebben het idee dat elke leraar de inspirerende vakdocent is die ongeïnteresseerde leerlingen kan inwijden in het vakgebied.

Hilhorst signaleert verder dat tegenstanders van de verschillende vormen van het Nieuwe Leren zich vooral richten op de concrete mislukkingen bij de invoering hiervan. Daar kan iedereen zich wat bij voorstellen. Ik heb zelf (nog steeds) een hekel aan verplichte studiewijzers. Niet dat die per se slecht zijn, maar als er geen visie achter het gebruik schuilgaat, slaan ze gewoon nergens op.

Wetenschappelijke onderbouwing?

Het Nieuwe Leren is een verzamelterm voor allerlei onderwijsvernieuwingen. Buiten Nederland wordt deze benaming eigenlijk niet gebruikt. Zo’n algemene benaming werkt in de hand dat er een ongenuanceerd beeld wordt gegeven. Het wordt daardoor moeilijk zicht te krijgen op één van de centrale discussiepunten: in hoeverre zijn de ideeën van het Nieuwe Leren wetenschappelijk onderbouwd? Die wetenschappelijke onderbouwing is er in veel gevallen wel, maar het probleem is dat de praktische invoering vaak ingewikkeld is. Een voorbeeld hiervan is het samenwerkend leren, bij monde van de Utrechtse hoogleraar prof. Robert-Jan Simons:

Naar samenwerkend leren is veel onderzoek gedaan en dat kan worden samengevat in de volgende stelling: samenwerkend leren werkt beter dan individueel leren als het aan bepaalde, heel ingewikkelde condities voldoet. En vaak voldoet het daar niet aan, omdat het heel erg ingewikkeld is, omdat docenten niet geleerd hebben hoe je dat moet organiseren en begeleiden en omdat kinderen het niet kunnen en niet geleerd hebben hoe je dat doet. Omdat het juist iets is wat je moet leren, moet er ook geïnvesteerd worden in het leren samenwerken. Als aan al die condities niet wordt voldaan, gaat het niet goed. Als je het goed organiseert, werkt het beter dan het individueel leren en tegelijkertijd werken we dan aan de leeruitkomsten en aan een extra doelstelling die we ook belangrijk vinden. (*)

Wat dat betreft is het Nieuwe Leren aan haar eigen succes ten onder gegaan. Hoewel de overheid het Studiehuis nooit verplicht heeft gesteld, voelden veel scholen zich wel gedwongen er mee aan de slag te gaan. Met alle gevolgen van dien. De vraag is: heeft de beladenheid van het hele fenomeen nu een remmend effect op onderwijsvernieuwing? Of hebben we hierdoor juist een gezonde pragmatische blik op vernieuwingen gekregen?

Zie ook:

  • Het verslag van de parlementaire onderzoekscommissie Onderwijsvernieuwingen uit 2008.
  • Essay Pieter Hilhorst over het Nieuwe Leren (2006).
  • Bestel de Argumentenkaart die in opdracht van OCW gemaakt werd van de discussie over het Nieuwe Leren.
  • Voor een helder overzicht van veel van de literatuur op het gebied van het Nieuwe Leren de Verkenningsnotitie van het Kohnstamm Instituut ‘Het nieuwe leren nader beschouwd’.

Ik dacht, doe eens een zoekopdracht ‘geschiedenis’ op Twitter. Niet alle leerlingen blijken mijn passie voor geschiedenis te delen. Dit zijn overigens niet mijn eigen leerlingen. Die houden namelijk allemaal van geschiedenis. En zouden nooit zulke ruwe taal gebruiken. Maken ook nooit spelfouten.

Share

Old School Tools

8 maart 2011

Volgens mij kun je beter goedkope rommelsoftware voor smartboards ontwikkelen dan excellente leraar worden. Op de NOT2011 leek er in elk geval veel geld mee te verdienen. Op de website van sommige verkopers wordt zelfs gesproken van een paradigmawisseling. Sinds wanneer is een plaag van veredelde projectieschermen een teken dat er een paradigm-shift op handen is? Thomas Kuhn zou zich in zijn graf omdraaien.

Gelukkig staan wij nu aan de vooravond van een nieuw paradigma, namelijk dat didactiek en pedagogiek vóór technologie gaan. Onlangs verklaarden Gary Stagner en anderen de oorlog aan het smartboard.  Genuanceerd denken over het gebruik van technologie is hip.

Zie ook:

Share

Linkoogst

5 maart 2011

  • ‘Should teachers be eliminated and replaced by dogs trained to press “play” on DVD players loaded with a single, long educational video?’ vraagt The Onion zich af.
  • Erno Mijlands filosofische vragen website ‘Eén hand die klapt’. Interessante vragen waar leerlingen over kunnen denken. Je vindt er ook een brainstormspel.
  • Goede post op TeachPaperless over het verschil tussen ICT-gebruik dat creativiteit stimuleert en het soort voorgekookte opdrachten dat de meeste educatieve uitgeverijen produceren.

Share